Stappen van Onderwijs en begeleiding


Onze school hoort bij het “Samenwerkingsverband Overbetuwe” (SVOB). Hierbij zijn 38 basisscholen en 1 speciale school voor basisonderwijs aangesloten.

Het uitgangspunt van dit samenwerkingsverband is: door samenwerking en overleg optimale zorg te bieden aan de leerlingen binnen eigen school. Dit alles in overleg met ouders/verzorgers.

We kunnen de begeleiding die geboden wordt op onze school uiteen zetten in een aantal stappen.

 

Stap 1: Preventieve begeleiding binnen de school

De start van het begeleidingstraject start in de dagelijkse onderwijspraktijk. Het is de taak van onze school om kinderen in staat te stellen zich individueel te ontwikkelen en te werken aan de binnen de school gestelde doelen. Dit betekent dat wij ons ontwikkelen in het bieden van passend onderwijs waarbij wij rekening houden met de verschillen tussen kinderen. We proberen om rekening te houden met de verschillende manieren van leren en onze begeleiding hierop aan te passen.

 

Stap 2: Begeleiding op maat binnen de groep

Elke dag in de groep wordt er met zorg met kinderen gewerkt. Hier ligt dus de basis. Doordat leerkrachten lesgeven aan een groep kinderen met hele verschillende vaardigheden en mogelijkheden, staan zij elke dag voor de uitdaging om hier mee om te gaan. Binnen de groep worden mogelijkheden geschapen om kinderen in kleinere groepen te laten werken op verschillend niveau in hun eigen tempo met aandacht voor individuele instructiebehoeften. Passend onderwijs dus. Daarnaast speelt een prettig schoolklimaat en een goed pedagogisch klimaat in de groep uiteraard ook een belangrijke rol. Wanneer je goed in je vel zit, ben je beter in staat om te leren.

Op het einde van het schooljaar vindt er een overdrachtgesprek plaats tussen de leerkracht van de huidige groep en de leerkracht van de nieuwe groep. Eventuele begeleiding die al ingezet is loopt direct door in het nieuwe schooljaar.

 

Stap 3: Probleemsignalering / extra hulp

Wij werken volgens de cyclus van planmatig handelen:

Signaleren:
De groepsleerkracht signaleert een probleem bij één of meerdere kinderen op het gebied van sociaal emotioneel en/of didactisch gebied. Dit kan zijn via observaties, via de methodes en vaak zullen de gegevens van het Leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS) hiervoor de aanleiding zijn.

Probleemverkenning:
Indien een leerkracht een probleem signaleert bij een leerling of groepje kinderen, wordt dit ingebracht tijdens een leerlingbespreking. Hier komt de Intern begeleider (IB’er) in beeld. Zij is het aanspreekpunt voor de leerkracht indien er vragen zijn rondom een kind in de groep. De leerkracht meldt het kind aan bij de IB’er en zet hierbij de hulpvraag op papier. De acties worden door de leerkracht vastgelegd in een handelingsplan. In een handelingsplan staat concreet beschreven wat de beginsituatie van het kind is, welke doelen er bereikt moeten worden en op welke manier dit precies vorm gegeven wordt. Ouders worden door de leerkracht op de hoogte gesteld van een handelingsplan.  We zijn ook bezig met het maken van groepsplannen.

Diagnosticering:
Soms is het nodig om meer informatie te verzamelen alvorens er gestart kan worden met de begeleiding van een kind. In eerste instantie wordt tijdens een gesprek tussen de leerkracht en IB’er getracht tot een diagnose te komen. Indien blijkt dat er teveel onduidelijkheden zijn, kan extra informatie verzameld worden. Deze informatie kan verkregen worden door een observatie door de IB’er in de groep of door verder onderzoek door de leerkracht zelf, de onderwijsassistent of de IB’er. Materialen voor dit onderzoek zijn aanwezig in de orthotheek van de school.

Begeleiden:
De soort begeleiding van een kind is uiteraard afhankelijk van het probleem wat vastgesteld is. In eerste instantie streven we ernaar om de hulp binnen de groep te bieden. Dit gebeurt door de leerkracht zelf. In elke klas is een instructietafel aanwezig waar deze begeleiding geboden kan worden.

Evaluatie:
Elk handelingsplan wordt geëvalueerd door de leerkracht. Hierbij wordt de vraag beantwoord of het gewenste doel bereikt is. Zo niet, dan wordt door de leerkracht aangegeven wat de oorzaak hiervan kan zijn. Samen met de IB’er wordt besproken welke verdere hulp nodig is.

 

Stap 4: Ondersteuning door onderwijskundig begeleider (OKB’er)

Als de acties binnen de groep niet tot het gewenste resultaat leiden, wordt een kind ingebracht tijdens een bespreking tussen de IB’er en OKB’er. Deze besprekingen vinden om de 6 weken plaats. De IB’er stelt een hulpvraag aan de OKB’er en samen met de leerkracht wordt een hulpplan opgesteld waar de leerkracht en leerling in de groep mee aan het werk kunnen. Ouders worden door school geïnformeerd over dit gesprek en de uitkomsten hiervan.

 

Stap 5: Externe ondersteuning / Aanvullend onderzoek

Als tijdens het gesprek tussen IB’er en OKB’er blijkt dat er aanvullend onderzoek nodig is, wordt gebruik gemaakt van externen. Wij hebben als school een directe samenwerking met de schoolbegeleidingsdienst Marant. Marant doet voor ons de psycho-diagnostische onderzoeken. Verder hebben we contact met de Jeugdarts (ofwel vanuit haar screening, ofwel vanuit onze behoefte), het Zorgadviesteam (multi-disciplinair team met politie, Maatschappelijk werk en Jeugdarts waar advies gevraagd kan worden rondom een leerling) en de Logopedist (vanuit haar screening/behandeling of vanuit onze behoefte).

Soms adviseert de school ouders een externe specialist in te schakelen (b.v. een fysiotherapeut, kinderarts, De Gelderse Roos, een psychologen praktijk, etc.).

Uiteraard heeft u als ouders ook zelf het recht een externe specialist in te schakelen. In het belang van het kind adviseert de school alvorens een externe specialist te raadplegen, contact op te nemen met de school, om tot een gezamenlijke onderzoeksvraag te komen. Na het onderzoek kunnen we dan samen bekijken welke adviezen en werkpunten voortkomend uit het onderzoek bruikbaar en/of haalbaar zijn.

 

Stap 6: Permanente Commissie Leerlingenzorg / Commissie voor Indicatiestelling

Indien op langere termijn blijkt dat de geboden hulp onvoldoende effect heeft, wordt overwogen of onze school de beste plaats is voor een kind. Zoals eerder vermeld, proberen wij als school die hulp te bieden die elk kind nodig heeft. Soms heeft een kind echter baat bij specialistische hulp, een kleinere groep en meer individuele aandacht. Wij overwegen dan of er een andere school is, die deze begeleiding beter kan bieden dan onze school. Vanzelfsprekend worden deze stappen in nauw overleg met u als ouders gezet.

Aanmelding bij een andere school verloopt via een indicatiecommissie. Zij bepalen of het kind inderdaad gebaat is bij een andere vorm van onderwijs. Wij als school moeten hiervoor duidelijk op papier uitleggen wat onze stappen zijn geweest en waarom wij denken dat het voor een kind beter is om naar een andere school te gaan. Afhankelijk van het soort onderwijs is er een andere commissie.

 

Verwijzing naar andere school

Er zijn op dit moment 6 mogelijkheden als een kind verwezen wordt naar een andere school:

Jonge Risico Kind: voor kinderen t/m 6 jaar. Verbonden aan Werenfridus in Bemmel.

Speciaal Basisonderwijs: kleinere groepen, meer individuele hulp mogelijk, meer expertise met name gericht op didactische problemen. Voorbeeld: De Vlinderboom in Bemmel.

Speciaal onderwijs REC 1: cluster 1 school voor blinde en slechtziende kinderen. Voorbeeld: Sensis in Grave.

Speciaal onderwijs REC 2: cluster 2 school voor kinderen met taal- spraak en/of gehoorproblemen. Voorbeeld: Dr Bosschool in Arnhem en Martinus van Beek in Nijmegen.

Speciaal onderwijs REC 3: cluster 3 school voor kinderen met een lichamelijke handicap en/of zeer moeilijk lerende kinderen of langdurig zieke kinderen. (epilepsie, lage intelligentie, astma, kind in een rolstoel)  Voorbeeld:St. Maartenschool te Nijmegen, SG Mariëndael te Arnhem.

Speciaal onderwijs REC 4: cluster 4 school voor kinderen met gedragsproblemen.( ADHD, autisme, opstandig gedrag) Voorbeeld: Buitenschool in Arnhem, PI-school in Nijmegen.

De laatste 4 scholen bieden ook de mogelijkheid voor ambulante begeleiding op school. Een kind krijgt dan een ‘rugzak’. Dit betekent dat de school gelden krijgt waardoor extra begeleiding geboden kan worden. Een ambulant begeleider (AB’er) van betreffend cluster helpt ons bij het geven van deze begeleiding. Samen met de AB’er wordt een handelingsplan opgesteld voor een kind en dit wordt steeds geëvalueerd en aangepast. Wij zetten deze gelden als school zowel in voor individuele kinderen als voor groepjes. Meerdere kinderen kunnen dus ‘profiteren’ van deze extra mogelijkheden.

Wilt u uitgebreid informatie over Onderwijs & Begeleiding, informeert u dan bij Ineke Freriks, onze onderwijskundig begeleider.