Luizenprotocol


Algemeen Hoofdluis Protocol

Hoofdluis is vooral een probleem voor de omgeving vanwege het besmettingsrisico. Met name op scholen, waar veel mensen/kinderen bij elkaar komen, kan deze besmetting gemakkelijk van de één naar de ander worden overgebracht. Om een hoofdluisepidemie te voorkomen is het gewenst dat de school regels vaststelt en afspraken maakt met de luizencoördinator, het luizenteam en de ouders en vervolgens hier de leerkrachten van op de hoogte stelt.

 

Stappenplan voor de Pius X

Het controleren:

Binnen de Pius X is een coördinator Hoofdluis aangesteld (Samantha Peters) en een luizen(controle) team. De coördinator is het aanspreekpunt voor ouders, het luizenteam en de school en zorgt ervoor dat het protocol wordt nageleefd.

  1. Checklists. De checklists zijn op de dag van de controle op luizen in iedere klas aanwezig. Let op: laat deze niet rond slingeren na afloop van de controles;
  2. Controle op school na elke vakantie van alle kinderen! Het is van belang dat er op dat moment geen gel in de haren zit en geen staarten etc. zijn gemaakt. Controle op school niet alleen na de grote vakantie, maar ook na de herfst-, kerst-, voorjaars- en meivakantie;
  3. Controleer grondig met de handen (plukje voor plukje) het haar. Schenk extra aandacht aan plekken, zoals achter de oren, in de nek, de pony en controleer dicht op de hoofdhuid;
  4. De leerkracht belt de ouder(s)/verzorger(s) van het kind waarbij hoofdluis is geconstateerd. Het kind dient zo snel mogelijk (na schooltijd) thuis te worden behandeld. Houdt rekening met de gevoelens van het kind en stuur hem/haar niet direct naar huis. Voorkom direct hoofd-op-hoofd contact voor zover dat mogelijk is;
  5. De ouders wordt tevens verzocht de overige gezinsleden te controleren op hoofdluis en zo nodig te behandelen;
  6. Na het aantreffen van hoofdluis wordt de betreffende klas na twee weken opnieuw gecontroleerd. De coördinator informeert tijdig de ouders, het controle team en de leerkrachten. In het geval van een langdurige besmetting van een kind (> 6 weken) vindt een gesprek plaats tussen ouder(s)/verzorger(s), de coördinator hoofdluis vanuit de ouderwerkgroep (Samantha Peters) en de coördinator hoofdluis vanuit school (Mieke Kuppen). Indien nodig kan hierbij ook de GGD Gelderland-Midden worden ingeschakeld;
  7. De coördinator zorgt ervoor dat er in de klas uitleg wordt gegeven over hoofdluis. Dit moet voorkomen dat getroffen kinderen worden geplaagd/gepest;
  8. Druk de ouders op het hart om thuis regelmatig te controleren op hoofdluis. Thuis een besmetting constateren is prettiger voor het kind, de ouders en de school.

 

De Checklist

  1. Het luizenteam houdt alle resultaten van de controle alleen bij op de checklist;
  2. Deze informatie dient discreet te worden behandeld en is niet bedoeld voor kinderen;
  3. De checklist wordt besproken met de leerkracht en de Coördinator Hoofdluis;
  4. Het is van belang dat gecontroleerd wordt of de hercontrole na twee weken heeft plaatsgevonden in de klas waar de besmetting is geconstateerd.

 

Vragen van ouders

Regelmatig krijgt de school vragen van ouders over hoofdluis, hoe dit te behandelen en wat er verder moet gebeuren om verspreiding te voorkomen. Hoofdluis kan op twee manieren worden behandeld:

  1. Door grondig elke dag te kammen gedurende twee weken;
  2. Door een antihoofdluismiddel te gebruiken (in combinatie met kammen). Voor het behandelen en kaminstructies is het verstandig om ouders eventueel te verwijzen naar www.vggm.nl/ggd/jeugd_en_gezondheid/voor_scholen/hoofdluis en www.landelijksteunpunthoofdluis.nl voor uitgebreide informatie over het behandelen van hoofdluis. Veel algemene vragen over hoofdluis kunnen echter ook door de school rechtstreeks worden beantwoord.

 

Feiten over hoofdluis

  • Hoofdluizen kunnen niet springen, vliegen of zwemmen, alleen lopen. Direct haar-op-haar contact is de enige manier om het op te lopen;.
  • De luis maakt geen onderscheid tussen schoon of vies haar, met een slechte lichamelijke hygiëne heeft het dus niets te maken;
  • Alle mensen en diersoorten hebben een eigen luizensoort. Dierenluizen kunnen dus niet overleven op mensen en andersom;
  • Immuniteit tegen hoofdluis bestaat niet. Er kan voortdurend een (her)besmetting plaats vinden. Er is onvoldoende bewijs dat preventieve middelen/producten effectief zijn;
  • Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond, dat luizencapen/luizenzakken niet bijdragen aan het voorkomen van hoofdluis. Wanneer luizen gescheiden zijn van het menselijk lichaam kunnen ze maar kort overleven en worden de luizen dusdanig zwak dat een besmetting onwaarschijnlijk is;
  • Hoewel hoofdluizen niet kunnen zwemmen, verdrinken ze niet tijdens het zwemmen of tijdens het wassen van de haren. Ze kunnen zo’n 2 uur overleven onder water;
  • Hoofdluizenbesmetting via zwemmen is niet mogelijk. Hoofdluizen houden zich heel goed vast aan het haar. Als ze het haar eenmaal los hebben gelaten, zijn ze dusdanig verzwakt, dat ze niet in staat zijn om nieuwe besmettingen te veroorzaken als ze al drijvend per toeval een ander kinderhoofd weten te bereiken;
  • Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van aanvullende maatregelen zoals het wassen van beddengoed, knuffels en kleding. Het advies voor een grondige schoonmaak is niet langer van toepassing. Voor een hygiënisch gevoel en een gevoel van rust, kunt u dit wel doen.
    No events