Pestprotocol PIUS X
Pesten op school; Hoe ga je er mee om?
Pesten of plagen
Dit is pesten:
- Gebeurt met opzet.
- Wil bewust kwetsen of kleineren.
- Kan lang doorgaan; is systematisch.
- Ongelijke strijd. Pester heeft macht ,
slachtoffer niet.
- Meestal een groepje (pester en meelopers)
tegen één.
- Gepeste kind is geïsoleerd,
voelt zich eenzaam.
- Lichamelijke of geestelijke gevolgen
zijn ingrijpend en werken lang na.
|
Dit is plagen
- Gebeurt onbezonnen; spontaan.
- Heeft geen kwade bijbedoelingen.
- Duurt niet lang, gebeurt niet vaak.
- Speelt zich af tussen “gelijken”.
- Meestal één tegen één.
- Relaties worden na plagen hervat.
- De ‘pijn’ is van korte duur en draaglijk.
|
Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.
Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden.
Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.
Daar zijn wel enkele regels aan verbonden.
|
We praten dan over de volgende voorwaarden:
- Pesten moet als een probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/verzorgers ( hierna genoemd: ouders)
- De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen de regels worden vastgesteld.
- Als pesten optreedt, moeten leerkrachten ( in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
- Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
- Wanneer de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een contactpersoon nodig. De contactpersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.
- Op onze school zijn de contactpersonen de IB en de directeur.
Het probleem dat pesten heet
- In alle groepen kan gepest worden, dit is niet leeftijdgebonden.
- Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.
Hoe willen wij daarmee omgaan?
- Op school willen we regelmatig een onderwerp aan de orde stellen. Wij gebruiken hiervoor de methode “Beter omgaan met jezelf en de ander” ( methode gericht op de sociaal- en emotionele- ontwikkeling).
- Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen.
- Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals spreekbeurten, rollenspelen, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten.
- Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis van de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzie niet met geweld wordt opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van de leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.
- Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden is het afspreken van regels voor de leerlingen.(zie blz 3)
- Regel 1
Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken.
Vanaf de kleutergroep brengen we de kinderen dit al bij:
- Je mag niet klikken, maar…
- Als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien al klikken.
Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.
Samenwerken zonder bemoeienissen:
School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te lossen. Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid (moeten) nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De inbreng van ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.
Regels die gelden in alle groepen van onze school:
- Doe niets bij een ander kind, wat je zelf ook niet prettig zou vinden.
- Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.
- We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden.
- Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan een ander). Eerst samen praten. Lukt dit niet dan ga je naar de meester of juf.
- Niet: zomaar klikken. Wel: aan de meester of juf vertellen, als er iets gebeurt wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.
- Vertel de meester of juf wanneer je zelf of iemand anders wordt gepest.
- Blijft de pester doorgaan, dan aan de meester of juf vertellen. Kinderen die pesten zitten zelf in de nesten!
- Word je gepest praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.
- Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buiten sluiten vinden we niet goed.
- Niet aan de spullen van een ander zitten.
- Luisteren naar elkaar.
- Iemand niet op het uiterlijk beoordelen
- Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op onze school.
- Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten, achterna zitten om te pesten is beslist niet
toegestaan.
- Los ook zelf een ruzie met praten op. Na het uitpraten kunnen we ook weer vergeven en vergeten.
Toevoeging:
Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de leerkracht. Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de zgn. groepsregels. Zowel schoolregels als groepsregels zijn zichtbaar in de klas opgehangen. In het begin van ieder nieuw schooljaar worden alle regels opnieuw besproken.
- Aanpak ruzies en pestgedrag in 4 stappen
Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en / of elkaar pesten gaan wij als volgt te werk:
Stap 1:
Het eerst zelf en samen op lossen/eruit komen.
Stap 2:
Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.
Stap 3:
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en lost samen met hen de ruzie of pesterijen op en maakt (nieuwe) afspraken. Bij herhaling van pesterijen/ ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties).
Stap 4:
De leerkracht noteert de namen van de pesters. Bij de melding omschrijft de leerkracht de toedracht. Indien nodig worden de ouders op de hoogte gebracht van het pestgedrag.
Leerkrachten en ouders werken in goed overleg samen aan een bevredigende oplossing.
De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:
In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.
De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen. De zwijgende meerderheid en de meelopers worden ook aangesproken.
Consequenties
Als stap 1 t/m 4 geen positief resultaat voor de gepeste oplevert volgen er consequenties.
De consequenties zijn opgebouwd in 4 fases; afhankelijk van hoelang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en een verbetering vertoont in zijn /haar gedrag:
Fase 1:
- Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze
afspraken komen aan het eind van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan
de orde.
- Een of meerdere pauzes binnen blijven.
- Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.
- Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het
Pestprobleem.
- Door gesprek: bewustwording voor wat hij/ zij met het gepeste kind uithaalt.
Fase 2:
Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft de activiteiten vastgelegd en al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.
Fase 3:
Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de school begeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.
Fase 4:
In extreme gevallen kan voor een leerling het schorsing- of verwijderingbeleid ingesteld worden.
Begeleiding van de gepeste leerling
- Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.
- Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor, tijdens en na het pesten.
- Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.
- Zoeken en oefenen van een andere reactie; bijvoorbeeld je niet afzonderen.
- Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
- Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.
- Sterke kanten van de leerling benadrukken.
- Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/ beter opstelt.
- Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).
- Het gepeste kind niet overbeschermen; bijvoorbeeld naar school brengen of “ik zal de pesters wel eens even gaan vertellen”. Hiermee plaats je het gepeste kind in een uitzonderingspositie, waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.
Begeleiding van de pester:
- Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen).
- Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste.
- Excuses aan laten bieden.
- In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft.
- Pesten is verboden in en om de school; wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest - belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt.
- Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van dit gedrag aanleren.
- Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten?
- Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.
- Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen; jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD.
Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:
- Een problematische thuissituatie.
- Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen).
- Voortdurend in een niet-passende rol gedrukt worden.
- Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan.
- Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt.
Ideeën aan de ouders van onze school:
Ouders van gepeste kinderen:
- Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
- Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
- Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.
- Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.
- Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
- Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.
Ouders van pesters:
- Neem het probleem van uw kind serieus.
- Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.
- Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.
- Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
- Besteed extra aandacht aan uw kind.
- Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
- Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
- Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.
Alle andere ouders:
- Neem de ouders van het gepeste kind serieus.
- Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
- Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
- Geef zelf het goede voorbeeld.
- Leer uw kind voor anderen op te komen.
- Leer uw kind voor zichzelf op te komen.
Dit Pestprotocol heeft als doel:
“ Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen”
- Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op regels en afspraken.
- Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!
Meer informatie vindt u op onderstaande link.
http://www.nko.nl/ned/brochure_een_school_zonder_pesten.aspx